In 2021 begon het allemaal bijna terloops. “Even in acht dagen een rekentool bouwen”, zo blikken YNNO-adviseurs Caroline de Vos en Bart van Roekel terug. De vraag: hoeveel vierkante meters heeft Rabobank in de toekomst eigenlijk nodig? Inmiddels zijn we vijf jaar verder, meer dan honderd berekeningen rijker en is dat eerste vraagstuk uitgegroeid tot Rabo@Anywhere – een breed gedragen werkconcept én een omgeving die meebeweegt met een veranderende organisatie.

In deze blog nemen we je mee door die ontwikkeling: de ambities, de inzichten, de schuring en vooral de samenwerking tussen Rabobank en YNNO die het mogelijk maakte.

Een werkconcept met een dieper niveau

Hybride werken was bij Rabobank geen cosmetische aanpassing, maar een structurele herijking van hoe de organisatie werkt en samenwerkt. Productmanager Arjan de Roos benadrukt dat meteen: “Rabo@Anywhere was vanaf het begin echt een overkoepelend programma: IT, HR, facility én workplace. Heel integraal en heel serieus.”

De aanleiding lag voor de hand. Covid veranderde de verwachtingen van medewerkers radicaal. Teams wilden flexibiliteit, eigen regie en een kantoor dat méér bood dan alleen werkplekken. Of zoals Edwin Berg, verantwoordelijk voor de werkplekomgeving, het samenvat: “Het ging om een werkvorm waarin mensen zich thuis voelen. Goede plekken, thuis én op kantoor, en een omgeving die talent aantrekt. Happy people, happy customers!”

Rabobank was daarin niet nieuw op onbekend terrein: de organisatie was al een voorloper in activiteitgericht werken. Maar Rabo@Anywhere vroeg om een dieper niveau. Nieuwe principes – digital first, plan time with your team en meet others – vormden de basis. Medewerkers moesten niet alleen kunnen werken waar het past, maar ook gestimuleerd worden om van elkaar te leren en te inspireren.

Data als brandstof voor ontwerp

Aan de start van het programma werden grootschalige surveys uitgevoerd onder medewerkers en werd gelijktijdig op kantoor volop geëxperimenteerd met verschillende proefopstellingen om vanuit medewerkersperspectief te evalueren wat nodig is. In de lockdown nog. De resultaten waren helder én confronterend. Men verwachtte 2 tot 2,5 dagen naar kantoor te gaan, maar in de praktijk bleef dat steken op gemiddeld 1,5. De functie van kantoor verschoof. “Wat je thuis kunt doen, doe je thuis,” zegt Edwin. “Dus moest het kantoor veel meer een ontmoetingsplek worden.”

Caroline geeft context: “Mensen wilden naar kantoor om elkaar te zien. Netwerken, ontmoeten en plezier maken. Dat was het ideaalbeeld. Maar de realiteit is inmiddels genuanceerder: medewerkers komen toch ook voor individuele werkzaamheden. Dus blijven we scherp: wat is een werkplek en hoeveel heb je ervan nodig?”

De verzamelde data vormde het fundament. Rabobank en YNNO vertaalde samen deze inzichten naar concrete omgevingen. Zowel toepasbaar voor de renovatie van De Toren, het nieuwbouwproject op het Matserterrein én eerder al voor alle 14 KringHouses door het land.

Samen werken, samen verder

De samenwerking tussen Rabobank en YNNO werd gaandeweg een intensief, iteratief partnerschap. Edwin is daar helder over: “Als bank hebben we dit traject vorm te geven en tegelijkertijd zien we dat aanvullende kennis en ervaring nodig is om het geheel goed neer te zetten. YNNO levert die aanvulling al jarenlang en helpt ons om samen tot een sterk resultaat te komen.”

Dat partnerschap betekende ook dat het soms moest schuren. “We hebben pittige gesprekken gehad,” vertelt Edwin. “En dat is goed. YNNO spiegelt ons. Daardoor kun je als team groeien.” Caroline herkent dat: “We zijn echt elkaars sparringpartner. Het is gelijkwaardig. Ik heb me nooit dé adviseur gevoeld. We brachten onze externe ervaring mee, maar sloten aan op de kennis van Rabobank.”

Bart voegt daaraan toe: “Arjan zei ooit tegen me: ‘Ga naast me op de bijrijdersstoel zitten, niet achterin de wagen.’ Dat typeert alles: Rabobank in de regie, YNNO als stevige navigatiepartner.”

Ruimte maken om te leren

Rabo@Anywhere ontwikkelde zich niet alleen conceptueel, maar ook fysiek. Workplaces werden continu getest, aangepast en opnieuw ingericht. Zo ontstond het ‘Rabo Clubhuis’ op de 21e verdieping: een proefomgeving waar medewerkers konden ervaren hoe de nieuwe werkomgeving voelde. “Fantastische fases,” zegt Bart. “Agile in de puurste vorm.”

Edwin bevestigt dat experimenteren de sleutel is: “Als je iets groots doet, moet je durven testen. En snel ook. Dan loop je tegen muren aan, maar juist dat verheldert.”

Die lerende aanpak bleek essentieel, zeker in een organisatie van Rabobank’s omvang. Caroline benoemt die complexiteit: “Het is te groot om teams intensief te coachen zoals we bij kleinere organisaties doen. Je invloed is beperkter. Dat maakt het uitdagend en daardoor juist nooit saai.”

De dynamiek van nu vraagt nieuwe precisie

Vijf jaar later is Rabo@Anywhere solide, maar niet ‘af’. Nieuwe generaties, veranderend werkgedrag en verschuivende marktdynamieken vragen om doorontwikkeling. Dat geldt ook voor nauwkeuriger maatvoering: “One size fits all werkte lang,” zegt Arjan. “Maar we zien steeds meer voorkeuren in werkstijlen. YNNO helpt ons dat te vertalen naar nieuwe werkplekconcepten.”

Ook smart-buildingoplossingen spelen een groeiende rol. Medewerkers willen weten waar plek is, waar rust is, waar teams samen kunnen komen. “Hoe maak je die medewerkersreis slimmer?” vraagt Edwin zich hardop af. “Dat is de volgende stap.”

Die combinatie van toekomstgerichtheid, flexibiliteit en datagedreven keuzes maakt Rabo@Anywhere veerkrachtig. Bart verwoordt het zo: “Het concept is sterk omdat het meebeweegt met de grote thema’s: duurzaamheid, flexibiliteit, data, inclusiviteit en uitstraling. Het lerend vermogen zit er écht in verankerd.”

Een coproductie van formaat

Wat bij blijft, is de breedte van het team dat dit mogelijk maakte. Vanuit YNNO een team van vijf specialisten. Aan de Rabobank-zijde grote betrokkenheid vanuit IT, HR, Facility, Vastgoed en Workplace. Een coproductie in de breedste zin.

Het resultaat? Een werkomgeving die wordt gewaardeerd door medewerkers én door vakgenoten. “Het grootste compliment,” zegt Edwin, “is wanneer collega’s zeggen dat ze hun werkomgeving zo inspirerend vinden en dat het aansluit bij wat ze nodig hebben tijdens het verblijf op kantoor. Maar ook wanneer andere organisaties langskomen en zeggen: jullie hebben het écht goed voor elkaar.”

Of zoals Arjan het samenvat: “De samenwerking? Die was zeer waardevol. In dit traject blijven we leren en zoeken naar de juiste mix van expertise om vooruit te komen.”